Veenweiden steeds belangrijker voor Zwarte sterns in Zuid-Holland

Nest/vlotje zwarte stern

foto Cees v.d. Starre



Verslag van monitoring van aantallen en broedsucces in 2013
Jan van der Winden (Bureau Waardenburg) en Landschapsbeheer Zuid-Holland
Culemborg, 13 december 2013

Aantallen en broedsucces in 2013
In 2013 is de bescherming en monitoring van de zwarte stern in Zuid-Holland weer
in vergelijkbare vorm uitgevoerd als in eerdere jaren (van der Winden et al. 2011).
De werkzaamheden bestonden uit het uitleggen van vlotjes op geschikte locaties en
het monitoren van aantallen broedparen en broedsucces van deze paren. De
samenwerking tussen partijen die de bescherming van zwarte sterns een warm hart
toedragen (zie dankwoord) blijken al jaren garant te staan voor een effectieve bescherming
en het vergroten van het draagvlak voor deze werkzaamheden. Iedereen
heeft zich het afgelopen jaar weer met groot enthousiasme ingezet voor deze
bijzondere soort. Door de integrale aanpak van bescherming en onderzoek krijgen
we meer en meer grip op factoren die van belang zijn voor de bescherming van de
zwarte stern en werpt het gezien het duidelijke herstel van de zwarte sterns zijn
vruchten af.


Aantallen en verspreiding
Het voorjaar was langdurig zeer koud en droog. Toch waren de eerste zwarte sterns
gewoon vanaf half april in Zuid-Holland present. De sterns vestigden zich echter op
veel plekken wat later dan normaal en bovendien arriveerden eind mei nog veel
sterns in een tweede golf.

Nadat de populatie recent uit een dal geklommen is, waren er in 2013 nog weer een
aantal paren meer aanwezig dan in 2012 . In de Krimpenerwaard namen de aantallen toe van 160 naar 180 paar. Daarmee krijgt het gebied weer aantallen die lijken op het verleden. In de Krimpenerwaard werd het aantal locaties met vlotjes uitgebreid.

Mede hierdoor nam in deze regio het aantal kolonies toe en ook het totaal aantal broedparen. Er wordt hier zorgvuldig gekozen voor het uitleggen van vlotjes nabij goede foerageergebieden. Ook in Reeuwijk nam het aantal weer toe zodat deze regio langzaam weer belangrijk wordt voor de zwarte stern. De grootste kolonie van de provincie (25 paar) bevindt zich eveneens in Reeuwijk. In totaal is de toename over de afgelopen jaren geheel toe te schrijven aan de positieve aantalsontwikkeling in de graslandgebieden.

De zwarte stern in Zuid-Holland in veenweiden in 2013. De gegevens zijn
voor verschillende regio’s of gebieden gepresenteerd. In de eerste kolom
is het totaal aantal uitgelegde vlotjes vermeld; in de tweede kolom staat
het aantal broedparen; in de derde kolom staat het gemiddeld aantal
vlotjes per broedpaar; in de vierde kolom staat het gemiddelde
broedsucces (uitgevlogen jong per paar). In de laatste kolom (n) staat het
aantal broedparen waarvan gegevens over broedsucces verzameld zijn.
Aantal vlotjes aantal paar vlotjes per paar broedsucces (n)
Krimpenerwaard+Vlist 310 163 1,8 1,3 (80)
Bodegraven-Aarlanderveen 120 19 6,3 ?? (0)
Reeuwijk 139 64 1,2 2,1 (64)
Totaal Veenweiden 573 262 2,2 1,3 (144)


De aantallen in moerassen namen in 2013 af. De sprongsgewijze toename
in de veenweiden is waarschijnlijk het gevolg van verplaatsingen van zwarte sterns
van de moerassen naar de veenweiden. Dat ze zich geregeld elders kunnen
vestigen blijkt uit terugmeldingen van geringde vogels. Zo werd op 4 juni 2013 een
mannetje gevangen bij Driebruggen die een ring had gekregen op 10 juni 2012 in
de Meije. Dat is 4,5 km ervandaan. Ondanks het feit dat de kolonie in de Meije in
2013 gewoon bezet was had dit mannetje voor een andere plek gekozen.
In 2013 bedroeg het aantal uitgelegde vlotjes in Zuid-Holland ongeveer 830, ruim
voldoende om de huidige populatie zwarte sterns van nestgelegenheid te voorzien,
hoewel op regionaal niveau bij Reeuwijk iets meer uitgelegd kan worden.


In 2013 werd op meerdere plekken al het advies opgevolgd extra vlotjes op nieuwe
locaties uit te leggen omdat grote kolonies kwetsbaar zijn voor grondpretoren. Een
aantal van deze plekken werd direct bezet. De spreiding van vlotjes is al redelijk
goed, al zijn er, zoals hierboven al aangegeven, nog gebieden waar vlotjes aangeboden
kunnen worden o.a. in de Krimpenerwaard, omgeving van Driebruggen en
Reeuwijk

Broedsucces
Het gemiddelde broedsucces van de onderzochte paren in Zuid-Holland bedroeg in
2013 ongeveer 1,1 vliegvlug jong per paar  Dit is ruim voldoende om
de populatie te laten groeien. Het broedsucces in de moerassen (Kinderdijk,
Zouweboezem en Linge) was in 2013 (en 2012) minder goed dan in de veenweiden
. Dit komt overeen met het beeld in de afgelopen jaren. De oorzaken
voor het lage broedsucces in moerassen zijn deels bekend en waarschijnlijk
vooral gevolg van verstoring of predatie of een combinatie van deze twee factoren.
Een predator zorgt immers ook voor verstoring. Informatie over het broedsucces in
het belangrijkste moerasgebied, de Nieuwkoopse Plassen ontbreekt echter.


Geslaagde cursus zwarte stern monitoring enbescherming in 2013


In 2013 is er voor de vrijwilligers die zwarte sterns tellen en beschermen is er door
Landschapsbeheer Zuid-Holland een cursus georganiseerd. De cursus bestond uit
een theoretisch deel waarin de telmethoden en biotoopbescherming werden toegelicht
en twee velddagen waarin kolonies bezocht werden en gezamenlijk de methodieken
besproken en getest konden worden. De uitwisseling van informatie was
nuttig en tijdens de cursus werd een nest op natuurlijk materiaal gevonden dat voor
diverse personen onverwacht en leerzaam was en bovendien werd het resultaat
gezien van ernstige verstoring van jonge zwarte sterns door activiteiten nabij de
kolonie. De cursus werd afgesloten met een vaartocht naar de grootste zwarte stern
slaapplaats van Europa, De Kreupel. Dat zwarte sterns uit Zuid-Holland hier na het
broeden heen gaan bewees een mannetje dat we op 4 juni bij Driebruggen vingen
en die 21 augustus 2009 op de Kreupel geringd was. Maar het spectaculairst was
een zwarte stern die in de Zouweboezem een kleurring kreeg in 2013 en in
augustus in Zuid Spanje werd gefotografeerd. Dit is uitgebreid beschreven, inclusief
foto’s, zie hiervoor de facebookpagina op https://www.facebook.com/dezwartestern.

Aanbevelingen voor 2014
In 2013 werd niet door iedereen gebruik gemaakt van de formulieren om het broedsucces
te registreren. Dat betekent dat waardevolle informatie verloren gaat. Zo
wordt er in de regel wel bijgehouden hoeveel eieren er gelegd zijn en niet hoeveel
paren jongen groot gebracht hebben. Het tweede is veel crucialere informatie dan
het eerste, in verband met berekeningen voor de populatieopbouw (nieuwe
aanwas). Na vele jaren onderzoek is overigens reeds bekend dat de legselgrootte
in veenweidegebieden en laagveenmoerassen niet afwijkt van het gemiddelde. In
moerasgebieden wordt om deze reden in de regel het aantal eieren ook niet geteld,
maar wel het aantal legsels. Dat is voldoende om het uitvliegsucces te bepalen. Het
uitvliegsucces wordt in Zuid-Holland namelijk wel sterk beïnvloed door beheer,
predatie en voedselbeschikbaarheid. We hopen dat iedereen de komende jaren
aandacht blijft schenken aan deze gegevens zodat we tijdig knelpunten kunnen
ontdekken.


Dankwoord
In recente jaren wordt een belangrijk deel van het beschermings- en onderzoekswerk
aan de zwarte stern in Zuid-Holland gecoördineerd door een samenwerkingsverband
van Landschapsbeheer Zuid-Holland, het Zuid-Hollands Landschap en
Bureau Waardenburg. De tellingen bij de agrariërs worden hoofdzakelijk uitgevoerd
door vrijwilligers. De coördinatie en inzameling van gegevens vond plaats door
Landschapsbeheer Zuid-Holland waarbij de volgende personen betrokken waren:
Marcel Schildwacht, Marleen van der Lee, Erwin Pronk, Nick Kroese, Debby
Gerritsen, Maurice Kruk en Gijsbert Pellikaan. Veehouders en vrijwilligers worden
bedankt voor hun inzet bij het leggen van de vlotjes, het volgen van de broedresultaten.
De veehouders worden natuurlijk in het bijzonder bedankt voor hun gastvrijheid
voor de zwarte stern en de bereidheid om maatregelen te nemen om het
broedsucces te verhogen. Op de terreinen van het Zuid-Hollands Landschap wordt
de coördinatie van de bescherming en monitoring uitgevoerd door Rudi Terlouw en
Diny Buisman. Zij zetten zich daarnaast in om de gegevens van de Krimpenerwaard
zo compleet mogelijk te krijgen. Gerard Dekker zorgde voor een overzicht van de
aantallen op terreinen van het Zuid-Hollands Landschap. Daarnaast worden Hans
van Heiningen (Staatsbosbeheer), John Pietersen, Martijn van Schie (Natuurmonumenten)
bedankt voor informatie van terreinen van deze organisaties.