foto: Cees v.d. Starre

Broedende weidevogels en pullen (jonge weidevogels) kunnen gemakkelijk het slachtoffer worden van maaimachines.

Kieviten, grutto’s, scholeksters, tureluurs, kuif- en slobeenden en zomertalingen beginnen soms al in maart met broeden. Dan moet de boer nog beginnen met maaien om voldoende kuilgras te hebben voor de winter.

Om zoveel mogelijk schade aan de weidevogelstand te voorkomen worden in het voorjaar door de boer en vrijwilligers nesten gemarkeerd. Voorheen gebeurde dat door een stok voor en een stok achter het nest te plaatsen, zodat de boer bij het maaien of bemesten van het land de nesten kon ontzien.

Gebleken is dat slimme predators zoals kraaien dat in de gaten hebben en het broedsel alsnog vernielen. Tegenwoordig gaat men er vaker toe over één stok te plaatsen, zodat de boer het nest wel kan vinden, maar de kraaien niet. Als er vee het land ingaat worden de nesten beschermd door het plaatsen van een nestbeschermer, zodat de eieren niet vertrapt worden. Predatie blijft dan echter een probleem.

Ook een aantal (nacht) zoogdieren volgen het spoor van de "nestmarkeerder" en eten de eieren alsnog op. De boeren en vrijwilligers worden hier op gewezen en gevraagd om met name niet in de avond het land in te gaan en eventueel het schoeisel te demarkeren.